Inloggen
Verhalen Zoeken uitgebreid | Info
Rundveerassen
Trudy Werner-Berkhout
Thema: Boerenleven
Sleutelwoord: rundvee
Periode: 1900 - 1950
18-02-2004
Actiepaneel
<Reageer>

Rundveerassen email deze paginaprinten
Tot 1950 was de Nederlandse rundveestapel nog overzichtelijk. Drie rassen domineerden in de weiden.

Blaarkoppen in de wei.

In de eerste helft van de twintigste eeuw waren er voornamelijk drie rassen koeien. De nationale drie, namelijk: Fries-Hollands, Maas-Rijn-IJssel en Blaarkop. De drie rassen werden tot het dubbeldoel- of melk-vleestype gerekend, dat wil zeggen dat dit rundvee zowel voor de melk als voor het vlees werd gehouden.  De bevleesdheid was bij het de Blaarkop en het MRIJ-vee het sterkst ontwikkeld. Het Blaarkopvee is altijd de kleinste groep geweest.
Een Blaarkop is een koe die helemaal zwart of bruin is en een witte kop heeft. De kop lijkt op een 'blaar'.  Het dier was belangrijk als vleeskoe.
De zwartbonte Fries-Hollandse koe is een echte melkkoe.
De roodbonte MRIJ-koe komt oorspronkelijk uit de gebieden langs de rivieren. Zij geeft redelijk veel melk, maar vooral veel vlees.

Siem Mostert, veekoopman in Maasland, vertelde dat hij en zijn drie broers, na het overlijden van hun vader in 1929, de handel in vee overnamen.  Deze handel bestond voornamelijk uit de zwart-bonte koeiensoort, ofwel de Fries-Hollandse soort. Enkele boeren wilden MRIJ-koeien hebben, ook wel 'Bosselaars' genoemd. 
In Midden-Delfland liep voornamelijk dezelfde soort koeien rond, de zwart-bonte soort dus. Blaarkoppen  waren er nauwelijks. Ook de mooie Lakenvelders zag je niet. Dit was een koesoort met een groot wit vlak midden op haar rug en buik. Alsof er een soort laken overheen zit. Lakenvelders werden in die tijd alleen nog maar gefokt voor de liefhebber. Een elite-koe dus.
In Schipluiden werd boer Janus Ammerlaan  'de kleurenboer' genoemd, omdat hij als een van de weinige boeren verschillende rassen koeien op zijn weilanden had rondlopen.

De koeien in deze omgeving waren voornamelijk  melkkoeien. In het Westland hadden boeren ook de zogenaamde 'vetweiers'.  Deze koeien werden vetgemest en dienden voor de slacht. 

Bronnen: T. Werner- Berkhout: interview met de heer S. Mostert in 2002.
Techniek in Nederland in de twintigste eeuw: Stichting Historie der techniek [Eindhoven], 2000, dl. 3: Landbouw en voeding.
A. Fokkema, Een land vol vee: landbouwhuisdieren van Nederland. Doetinchem, 1995.

top